Ik had de bui vorige week al wel zien hangen, de verhalen waren zó enthousiast dat ik me niet kon voorstellen dat Jip, Mo en JaNee genoegen zouden nemen met 3 daagjes weg, ik voelde al voordat ze het zeiden dat ze weer weg wilden. Het was fijn dat ze er weer waren en goed om te zien hoe ze zaten te stralen, dat hen niks overkomen was en te horen dat ze elke nieuwe uitdaging waren aangegaan, ze hadden veel geleerd in die 3 dagen, hadden moeten samenwerken, elkaars kwaliteiten benut en getoond hoe vindingrijk ze eigenlijk zijn, alledrie. Ik ben trots op ze en toen het hoge woord er, na heel veel omzwervingen, uitkwam, dat ze nog meer wilden reizen, verder weg wilden en ook al min of meer een plan hadden wat ze allemaal wilden gaan zien, heb ik niet moeilijk gedaan. Nee, natuurlijk heb ik nog steeds wel mijn twijfels en vind ik het een groot avontuur, weet ik dat ik de komende weken best bezorgd zal zijn en het liefst in de buurt zou zijn om alles op te lossen wat er mogelijk mis gaat maar dat ben ik, dat is mijn stuk en dat moet niet betekenen dat ik hen tegen hou te doen wat ze zo graag willen.

“Ga maar” zei ik “beloof me dat jullie elke dag even naar me bellen, foto’s doorsturen en hulp vragen als dat nodig mocht zijn, ik snap het en denk ook dat jullie het kunnen, dus ga maar en maak er één groot feest van.” Nou, dat hadden ze niet verwacht, ze hadden verwacht dat ze me echt zouden moeten overtuigen, dat ik moeilijk zou doen en achter alle bomen een grote enge beer zou zien. “Dat doe ik ook” zei ik “ik zie die beren ook en misschien krijg ik nog wel heel veel spijt dat ik jullie heb laten gaan maar jullie gaan toch wel een keer de wijde wereld in en ik kan jullie niet overal tegen beschermen, jullie moeten ook leren om goed voor jezelf te zorgen en goed op jezelf te passen, zelf oplossingen te bedenken en niet bang te zijn dat dingen mis gaan, hou je ogen en oren goed open en zeg wat je wel en niet wilt, doe niks wat je niet wilt en wat je niet vertrouwt, jullie zijn met z’n drieën en moeten elkaar helpen onderweg. Ik weet dat jullie dat ook zullen doen, daar heb ik vertrouwen in, dus ga maar, ontdek de wereld en vertel mij over alle avonturen die jullie beleven.”

We zijn met z’n vieren achter de computer gaan zitten om bestemmingen te bekijken die ze tijdens hun reis willen bezoeken, Jip pakte de atlas erbij om te bekijken waar die plaatsen precies liggen en ik kan je al wel vertellen dat het waarschijnlijk een reis kriskras over de wereld is. “De wereld is groot hè?” zei Mo. “Ja, en rond” riep JaNee “maar daar merk je niks van als je aan het rijden bent.” “We gaan ook stukken varen” zei Jip “anders lukt het niet om de wereld rond te gaan want er is ook veel zee op de wereld.” Ja, hoe gaan jullie dat doen? vroeg ik, nou ze dachten dat ze wel met een boot mee konden als ze dat zouden vragen en als de auto het niet meer deed konden ze Koos bellen en de tovertomtom bracht ze ook overal waar ze wezen wilden dus dat kwam wel goed. “Wij zijn poppen hè?” zei JaNee “wij kunnen overal komen, dat gaat gewoon, we verzinnen het en zijn er al bijna dan, wij reizen veel sneller dan jij en alle andere gewone mensen, da’s handig en dat kan alleen maar als je een pop bent.” Ja, dat is waar, als pop kun je dingen die mensen niet kunnen, da’s een voordeel van pop-zijn.

Gisteravond hebben we met z’n vieren naar de sterren gekeken en gefantaseerd over ‘de wereld’, ik heb een verrassingstas in de kofferbak van de Porsche gedaan en ze vanmorgen uitgezwaaid, ze zijn weer onderweg en wanneer ze terugkomen weet ik niet maar dat hoef ik ook niet persé te weten, als ze klaar zijn met reizen komen ze terug en dat is op z’n laatst als alle scholen weer beginnen, dat is het enige wat zeker is…..en dat is genoeg. Ik ben er als ze terugkomen, ben blij voor ze en weet zeker dat ze vandaag een fantastisch avontuur tegemoet zijn gereden. Ik zal het met je delen de komende weken.